Les 2: Dierethiek en dierenwelzijn

Secundair onderwijs - 2e graad , 3e graad
Dierenwelzijn
Duur: 50-100 minuten, afhankelijk van de klasgroep en van welke elementen je uit de lesvoorbereiding haalt
Les

In deze les verkennen de leerlingen hun emotionele verbondenheid met dieren via het thema dierethiek. Dat doen ze door te bespreken of dierenrechten in de grondwet horen. Ze kruipen daarvoor in de rol van aanhangers van het antropocentrisme, ratiocentrisme, pathocentrisme, biocentrisme en ecocentrisme. Nadien brainstormen de leerlingen over wat het woord dierenwelzijn precies inhoudt en vullen die aan met informatie uit artikels.

Beginsituatie

  • De leerlingen weten dat dieren onmisbaar zijn in het ecosysteem en dat mens en dier onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn als deel van een groter geheel. Ze kunnen uitleggen hoe dieren op verschillende manieren als waardevol gezien kunnen worden. (Zie Les 1: Ecosystemen)

Lesdoelen

  • De leerlingen ontdekken dat er verschillende benaderingen zijn binnen dierethiek, onder andere antropocentrisme (de mensheid centraal) – ratiocentrisme (de redenerenden centraal) – pathocentrisme (de voelenden centraal) – biocentrisme (de levenden centraal) – ecocentrisme (het geheel centraal, dus ook niet-levende natuur).
  • De leerlingen verkennen de invulling van het begrip dierenwelzijn aan de hand van de vijf vrijheden.
  • De leerlingen denken na over het belang van het onderzoeken van dierenwelzijn.

Eindtermen

2e graad

  • Leren leren
2. De leerlingen reflecteren over hun leeropvattingen, leermotieven en leerstrategieën.

2e graad

  • Leren leren
5. De leerlingen kunnen gegeven informatie onder begeleiding kritisch analyseren en samenvatten.

2e graad

  • Stam
5. De leerlingen houden rekening met de situatie, opvattingen en emoties van anderen.

2e graad

  • Stam
13. De leerlingen kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken.

2e graad

  • Stam
17. De leerlingen toetsen de eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten.

2e graad

  • Context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling
2. De leerlingen herkennen in duurzaamheidsvraagstukken de verwevenheid tussen economische, sociale en ecologische aspecten en herkennen de invloed van techniek en beleid.

2e graad

  • Context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling
5. De leerlingen tonen interesse en uiten hun appreciatie voor de natuur, het landschap en het cultureel erfgoed

2e graad

  • Context 7: Socioculturele samenleving
2. De leerlingen gaan constructief om met verschillen tussen mensen en levensopvattingen.

2e graad

  • Natuurwetenschappen - ASO
B-12. De leerlingen kunnen aan de hand van voorbeelden het belang van biodiversiteit in ecosystemen aantonen.

2e graad

  • PAV - BSO
2. De leerlingen kunnen luisteren in interactie met anderen.

2e graad

  • PAV - BSO
3. De leerlingen zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen.

2e graad

  • PAV - BSO
5. De leerlingen kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten.

2e graad

  • Nederlands - ASO | KSO | TSO
11. De leerlingen kunnen op beoordelend niveau voor bekende leeftijdgenoten hun standpunten/meningen of hun oplossingswijzen voor problemen in een gedachtewisseling uiteenzetten en motiveren.

2e graad

  • Nederlands - ASO | KSO | TSO
15. De leerlingen kunnen op structurerend niveau tekstsoorten lezen bestemd voor onbekende leeftijdgenoten. Het betreft tekstsoorten zoals tijdschriftartikelen, recensies, gebruiksaanwijzingen, instructie- en studieteksten.

2e graad

  • Nederlands - ASO | KSO | TSO
22. De leerlingen zijn bereid om: te lezen; lezend informatie te verzamelen over een bepaald onderwerp; de verkregen informatie aan eigen kennis en inzicht te toetsen en te vergelijken met informatie uit andere bronnen; hun persoonlijk oordeel over bepaalde teksten te formuleren.

3e graad

  • Leren leren
5. De leerlingen kunnen informatie samenvatten.

3e graad

  • Stam
5. De leerlingen houden rekening met de situatie, opvattingen en emoties van anderen.

3e graad

  • Stam
13. De leerlingen kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken.

3e graad

  • Stam
17. De leerlingen toetsen de eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten.

3e graad

  • Context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling
2. De leerlingen herkennen in duurzaamheidsvraagstukken de verwevenheid tussen economische, sociale en ecologische aspecten en herkennen de invloed van techniek en beleid.

3e graad

  • Context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling
5. De leerlingen tonen interesse en uiten hun appreciatie voor de natuur, het landschap en het cultureel erfgoed.

3e graad

  • Context 7: Socioculturele samenleving
2. De leerlingen gaan constructief om met verschillen tussen mensen en levensopvattingen.

3e graad

  • Natuurwetenschappen - ASO
1. Eigen denkbeelden verwoorden en die confronteren met denkbeelden van anderen, metingen, observaties, onderzoeksresultaten of wetenschappelijke inzichten.

3e graad

  • PAV - BSO
1. De leerlingen kunnen uit mondelinge en schriftelijke informatie de essentie halen.

3e graad

  • PAV - BSO
3. De leerlingen kunnen ingewonnen informatie mondeling gebruiken.

3e graad

  • PAV - BSO
4. De leerlingen kunnen mondeling argumenteren.

3e graad

  • PAV - BSO
6. De leerlingen kunnen zich mondeling duidelijk uiten.

3e graad

  • PAV - BSO
11. De leerlingen kunnen relevante informatie in concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken.

3e graad

  • PAV - BSO
12. De leerlingen kunnen informatie uit uiteenlopend tekstmateriaal begrijpen en gebruiken.

3e graad

  • Nederlands - ASO | KSO | TSO
6. De leerlingen zijn bereid om: te luisteren; een onbevooroordeelde luisterhouding aan te nemen; een ander te laten uitspreken; te reflecteren over hun eigen luisterhouding; het beluisterde te toetsen aan eigen kennis en inzichten.

3e graad

  • Nederlands - ASO | KSO | TSO
18. De leerlingen zijn bereid om: te lezen; lezend informatie te verzamelen over een bepaald onderwerp; de verkregen informatie aan eigen kennis en inzicht te toetsen en te vergelijken met informatie uit andere bronnen; te reflecteren op inhoud en vorm van de teksten

Vooraf

  • Kies de elementen uit de lesvoorbereiding die passen bij jouw leerlingen en verzamel daarvoor het nodige materiaal.
  • Lees de artikels.

1. Prikkel: Terugblik

Herhaal wat jullie in de vorige les gedaan hebben, en laat eventueel de relatiecirkel(s) zien die de leerlingen in de vorige les gemaakt hebben.

  • In de vorige les hebben we met voorbeelden ondervonden dat mens en dier onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn als deel van een groter geheel. Dieren hebben een duidelijke rol in het ecosysteem, net zoals alle andere elementen in dat systeem.
  • Dieren hebben dus een ecologische waarde. Maar we weten dat ze ook op andere manieren als waardevol gezien worden: economisch, emotioneel, wetenschappelijk en intrinsiek.
  • Vandaag gaan we eerst onderzoeken hoe mensen zich opstellen ten opzichte van dieren, door zelf vanuit een specifieke rol te gaan nadenken over een heel concrete vraag.
  • Daarna gaan we het begrip dierenwelzijn verduidelijken.

Meer bekijken en materiaal downloaden?

Maak een account aan en ontdek het volledige educatieve aanbod over dierenwelzijn.