Inspiratie: werken rond de vijf symbolen in de kleuterklas

29 augustus 2022

De vijf symbolen van dierenwelzijn zijn een dankbaar kader om de kinderen te laten kennismaken met het begrip dierenwelzijn en het welzijn van specifieke diersoorten te onderzoeken. Heb je graag nog extra tips om ermee aan de slag te gaan? Dan is dit blogbericht speciaal voor jou!

Masker hond trans links

De vijf symbolen van dierenwelzijn

Het begrip dierenwelzijn kan je invulling geven met deze symbolen:

Pictogrammen KO overzicht

Meer over de vijf symbolen

De vijf symbolen die ‘Oog in oog’ heeft ontworpen zijn gebaseerd op het kader van de vijf vrijheden voor dierenwelzijn. Als je meer wilt weten over de geschiedenis en het gebruik van de vijf vrijheden en waarom er vandaag kritiek komt op dat kader, kan je een kijkje nemen in het blogbericht over de vijf vrijheden.

Masker papegaai trans links

Werken rond de vijf symbolen

1. Inzoomen op elk symbool

Wat houden die vijf symbolen nu juist in? Hoe kan je het er met kleuters over hebben?

Dieren hebben eten en drinken

Dieren moeten eten wat bij hen past en wat ze graag eten.

  • Hun hele lichaam (o.a. gebit, bek, organen, klauwen) zijn aangepast aan wat ze eten.
    • Papegaaien hebben een harde bek. Daar kunnen ze noten mee kraken.
    • Leeuwen hebben scherpe tanden. Daar kunnen ze vlees mee scheuren.
    • Paarden hebben platte tanden. Daar kunnen ze gras mee uittrekken.
    • Kippen hebben een puntige bek. Daar kunnen ze graantjes en wormen mee oppikken.
  • Dieren hebben geen ontbijt, een middagmaal en een avondmaal zoals wij.
    Sommige dieren eten de hele dag kleine beetjes, zoals cavia’s of koeien.
    Andere dieren eten één keer per dag een grote maaltijd, zoals wolven of katten.

Eten dieren spaghetti? Of beleggen ze hun boterhammen met kaas of confituur?
Nee, dat is voor mensen. Dieren zijn géén mensen.

Symbool 1 eten trans

Dieren hebben een goed hok

Dieren moeten wonen in een verblijf dat bij hen past.

  • Hun hok moet hen beschermen. Ze moeten zich er veilig voelen.
  • Hun hok moet groot genoeg zijn, zodat ze kunnen rondstappen en liggen.
  • De meeste dieren willen binnen én buiten kunnen zijn.
  • Veel dieren houden ervan om te kunnen schuilen.
  • De bodem moet zacht zijn waar ze liggen, en hard waar ze rondlopen.
  • Het mag er niet te koud of te warm zijn.

Slapen dieren in een bed? Zitten ze op stoelen?
Nee, dat is voor mensen. Dieren zijn géén mensen.

Symbool 2 huis trans

Dieren krijgen een goede verzorging

Dieren moeten de verzorging krijgen die ze nodig hebben.

  • In hun verblijf of op de weide mogen ze zich niet pijn doen aan prikkeldraad of scherven van kapotte voorwerpen. Er mogen geen giftige of gevaarlijke planten zijn.
  • Hun bek, hun huid en hun poten moeten regelmatig nagekeken worden. Hun nagels moeten geknipt worden. De hoeven worden gekapt.
  • Sommige honden moeten naar de kapper. Schapen worden geschoren.
  • Soms hebben ze spuitjes nodig zodat ze niet ziek worden. De dierenarts geeft hen die spuitjes.
  • Als ze ziek of gewond zijn, moeten ze de juiste medicatie (bv. pilletjes, siroopjes, spuitjes, zalfjes …) krijgen. Ze moeten dan ook een aangepaste verzorging krijgen (bv. proper houden, apart zetten, misschien andere voeding, een verbandje …)

Gaan dieren zelf in bad om zich te wassen?
Nee, dat is voor mensen. Dieren zijn géén mensen.

Vertellen de dieren ons dat ze zich niet goed voelen of pijn hebben?
Nee. Daarom moeten wij goed kijken of dieren er ongezond uitzien of zich anders gedragen. Dan is er misschien iets mis!

Symbool 3 verzorg trans

Dieren zijn niet bang

Dieren zijn soms bang voor dingen waar wij niet bang voor zijn.

  • Ze kunnen erg schrikken van harde geluiden. Ze weten dan niet wat het geluid is of van waar het komt.
  • Felle bewegingen van mensen vinden ze niet leuk. Dan denken ze misschien dat ze aangevallen worden.
  • Sommige dieren houden wel van aaien en pakken, maar de meeste dieren niet. Kippen, cavia’s en konijnen zijn heel bang als mensen hen pakken. Ze denken dan dat we hen pijn gaan doen of zelfs opeten!
  • Als er geen schuilplek in de buurt is, worden ze bang of onrustig. Ze willen graag weten naar waar ze kunnen vluchten als er gevaar is.

Weten de dieren wat vuurwerk is? Weten de dieren dat we hen willen knuffelen?
Nee, dat weten alleen mensen. Dieren zijn géén mensen.

Symbool 4 angst trans

Dieren kunnen doen als echte dieren

Dieren in de natuur zorgen voor zichzelf. Ze doen dingen die eigen zijn aan hun soort.

  • Veel dieren zijn de hele dag bezig met het zoeken naar eten. Zelfs als ze eten krijgen van mensen, willen ze nog zoeken naar eten, want dat hoort bij wie ze zijn.
  • Veel dieren leggen grote afstanden af. Zelfs als dat niet nodig is, blijven ze graag in beweging en stappen rond, want dat is typisch voor hen.
  • Als er babydieren geboren worden, willen ze bij hun mama zijn. De mama wil ook graag voor haar jongen zorgen. Zelfs als er mensen zijn die voor de kleintjes zorgen willen ze bij elkaar zijn, want dat is zo in de natuur.
  • Vaak leven dieren in groepen bij elkaar. Ze begrijpen mekaar, ze verzorgen elkaar, ze voelen zich veilig bij elkaar. Mensen kunnen niet de plaats innemen van soortgenoten.

Gaan dieren naar school? Dragen dieren kleren?
Nee, dat is voor mensen. Dieren zijn géén mensen.

Symbool 5 gedrag trans

2. De symbolen toepassen

Pas de symbolen toe op verschillende manieren.

  • Leg de symbolen in de kring of hand ze op zodat alle kleuters ze kunnen zien.
    Zeg het versje (of zing het op een eigen melodie):
    Hé hallo, … ben ik! (je zegt je eigen naam of de naam van een dier)
    Kijk op welk symbool ik tik. (je kiest een symbool uit en wijst het aan)
    Ik vertel je met een lach
    wat jij van mij weten mag!
    (je vertelt iets over jezelf of het dier in verband met het symbool)
    Met de oudste kleuters kan je een kleuter laten wijzen en vertellen.
  • Verstop de symbolen in de klas en laat telkens een kleuter zoeken. Als het gevonden is, herhaal je waar het symbool voor staat.
  • Lamineer de symbolen en laat de kleuters ze namaken met plasticine op de gelamineerde vellen.
  • Maak een ‘ik-boekje’ met de vijf symbolen. Download het symbolenboekje bij de klasmaterialen en druk het af als A5-boekje.
    Vul het boekje in met elke kleuter, of geef in groep de uitleg en laat hen er tijdens hoekenwerk in tekenen.
  • Maak een ‘mens-boekje’ met de vijf symbolen. Download het symbolenboekje bij de klasmaterialen en druk het af als A4-boekje. Vul het in voor de mens als soort.
  • Maak een ‘dier-boekje’ als je rond specifieke dieren werkt. Download het symbolenboekje bij de klasmaterialen en druk het af als A4-boekje. Druk foto’s af die je samen met de kleuters op de pagina’s plakt.

Tip! Op www.huisdierinfo.be en op www.licg.nl kan je veel informatie over een heel aantal gezelschapsdieren vinden. Voor andere dieren vind je wellicht met de zoekterm ‘natuurlijk gedrag’ nuttige informatie.

3. Muzisch met de symbolen aan de slag

De kleuren en de vormen zijn leuk om mee te werken:

  • Druk de symbolen af als lijntekeningen en de kleuters ze laten inkleuren in de juiste kleur.
  • Je kan de symbolen uitknippen in karton of stevig papier en de kleuters laten verven.
  • Je kan de symbolen op een grote dobbelsteen plakken en er een loopspel mee spelen.
  • Druk halve symbolen af en laat de kleuters de andere helft tekenen. Je kan met spiegeltjes ook zoeken naar de spiegelas voor de symbolen ‘verzorging’ en ‘kunnen doen als een echt dier’. Sterke kleuters kunnen zoeken naar wat er niet meer klopt als ze de symbolen ‘eten en drinken’, ‘huisje’ en ‘niet bang zijn’ zouden spiegelen.
  • Maak een memory van de vijf symbolen.
Symbolen vijf vrijheden lijn

4. De symbolen geregeld bovenhalen

Je hoeft de symbolen niet alleen boven te halen als je rond specifieke dieren werkt. Ook in andere thema’s kan je het welzijn van dieren integreren aan de hand van (een deel van de) de symbolen.

  • Thema herfst
    Welk soort huisje zoekt een egel die in winterslaap gaat? Welk voedsel verzamelt de eekhoorn voor tijdens zijn winterrust?
  • Thema Sinterklaas
    Wat heeft het paard van Sinterklaas nodig? Hoe verzorgt de Sint zijn paard? Welk eten leggen we klaar? Hoe benaderen we het paard van de Sint als we hem tegenkomen? Waar schrikt het paard van?
  • Thema carnaval
    Is er een kleuter in een dier verkleed? Onderzoek dan eens wat dat dier eet, waar het woont en wat natuurlijk gedrag is voor het dier. Zo verhoog je de betrokkenheid en werk je aan het inlevingsvermogen.
  • Thema lente
    In welke huisjes/nesten leggen vogels hun eieren? Hoe verzorg je een jong vogeltje dat uit het nest is gevallen? Waar schrikken de pasgeboren hertjes van?
  • Thema circus
    Opmerking: Sinds maart 2014 mogen er in België geen wilde dieren meer gebruikt worden in circussen. Exotische maar gedomesticeerde soorten als kamelen, buffels en lama’s mogen wel nog gehouden worden in het circus, net als de gezelschapsdieren honden, paarden, kippen en ganzen, maar altijd op voorwaarde dat de dierenverblijven voldoen aan de wettelijke normen.
    Zijn er dieren in het circus? Hoe wonen ze? Wat vinden de dieren leuk? Horen kunstjes daarbij? Wat vinden ze van het applaus van de mensen? Hoeveel rust hebben de dieren nodig? Mag je de dieren storen als ze niet “aan het werk” zijn?
  • Thema zomer
    Als wij het warm hebben, hoe is dat voor de dieren? Hoeveel water moeten zij drinken? Hebben ze een huis waar schaduw is? Moet de dierenarts helpen bij dieren die het te warm hebben? Hoe zoeken de dieren verkoeling?