8 tips om je thema dieren te verbreden naar dierenwelzijn

21 februari 2022

Het thema ‘dieren’, is een populair - en vaak ook erg geliefd - thema bij leerkrachten en leerlingen van de lagere school. Het is dan ook een heel ruim thema dat je op verschillende manieren kan benaderen. Ben jij van plan om binnenkort ook aan de slag te gaan rond dieren? Hier zijn alvast wat ideeën om ook het welzijn van die dieren in jouw lessen te integreren!

Masker vos trans links

1. Benadruk de verbondenheid tussen mensen en dieren

Heb je het bijvoorbeeld over de indeling van het dierenrijk, plaats dan ook de mens als soort in het schema. Want in de werkelijkheid staat de dierenwereld niet los van de mensen en de natuur. Mensen hebben onvermijdelijk een invloed op de dierenwereld, en dus ook op het welzijn van de dieren. Een gevoel van verbondenheid kan de betrokkenheid van de leerlingen verhogen en daarmee ook de bereidheid om hun verantwoordelijkheid op te nemen in hun omgang met dieren.

2. Heb aandacht voor de behoeften van dieren

Wanneer we over dieren leren in de lagere school, nemen we vooral hun anatomische eigenschappen onder de loep. Ook hun bijdrage aan het ecosysteem is belangrijk en wordt behandeld. Maar een dier is meer dan dat. Het is een levend wezen met eigen behoeften. Maak je een dierenpaspoort? Doen de leerlingen een spreekbeurt? Vraag hen dan expliciet om ook de behoeften van de dieren erin te verwerken. Wat doet het dier graag? Waar is het bang voor? Wat zijn de eigenschappen en de behoeften van de dieren?

DWZ hond graaft

3. Leer hoe het gedrag van het dier iets vertelt over het welzijn

Onderzoek hoe dieren zich natuurlijk gedragen en wat het betekent als dat gedrag verandert. Hoe toont een hond je dat je hem beter niet benadert? Hoe reageert een kip als je haar oppakt en wat betekent dat voor haar? Wat betekent het als een tijger in gevangenschap steeds heen en weer loopt op hetzelfde paadje?

4. Stimuleer perspectiefwisseling

Dieren kunnen ons niet vertellen wat hun standpunt is, dus het is belangrijk om actief hun perspectief te gaan verkennen. Maak gebruik van hulpmiddelen, zoals maskers, verkleedkleren, goed gekozen beeldmateriaal en voldoende informatiebronnen. Zo leren leerlingen om bepaalde situaties vanuit het standpunt van het dier te bekijken. Lees er meer over in ons blogbericht rond perspectiefwisseling.

DWZ dierenmaskers

5. Laat ook de minder populaire dieren aan bod komen

Dolfijnen, pandaberen, honden, tijgers … Het zijn veelvoorkomende lievelingsdieren bij kinderen. Maar maak de leerlingen er ook attent op dat mensen geneigd zijn sommige dieren ‘liever’ te zien dan andere. Welke dieren blijven vaak onbekend of onbemind? Schenk ook hen de aandacht die ze verdienen! Ook bij bedreigde diersoorten doen we dat trouwens: de dieren die ons ontroeren of ons emotioneel raken willen we eerder redden dan de andere, minder aantrekkelijke, maar minstens even cruciale diersoorten.

6. Ga op zoek naar boeken en beelden van dieren in hun natuurlijke omgeving

Er bestaan wel duizenden leuke boeken waarin dieren de hoofdrol spelen. Vaker wel dan niet worden ze echter voorgesteld met menselijke eigenschappen, maar zo leer je meer over menselijk gedrag dan over het dier zelf. Wanneer je beelden gebruikt in spelletjes, op posters, puzzels en werkblaadjes, kies dan bewust voor dieren in hun natuurlijke omgeving terwijl ze natuurlijk gedrag vertonen. Een hond met een zonnebril ziet er leuk uit, maar de kans is klein dat die hond daar zelf voor kiest.

Het ‘huisje’ van een spin is zijn web, maar dat van de vogel is liever geen vogelkastje. Kies dan eerder voor het beeld van een zelfgemaakt nest in een boom. En laat de olifant niet in de dierentuin wonen, maar in een gebied van kilometers groot.

DWZ puzzel olifanten

7. Breng de dieren niet naar de leerlingen, breng de leerlingen tot bij de dieren

Kriebeldiertjes observeer je bij voorkeur in het bos, het park of een tuin. In een leeg potje met een vergrootglas zie je het dier zelf wel, maar niet zijn natuurlijk gedrag. Hetzelfde geldt voor grotere (gezelschaps)dieren die naar de klas worden gebracht, maar daar vermoedelijk door angst en stress niet zichzelf kunnen zijn.

Vermijd dat een dier zich moet aanpassen aan de schoolomgeving, en vergroot de blik van de leerlingen door het dier vanop afstand in zijn eigen omgeving te observeren. Het kan eens zo leerrijk zijn om met de klas op bezoek te gaan bij iemand die voor dieren zorgt, of om af te spreken met een hondeneigenaar op een hondenweide in de buurt. Meer inzichten en tips hierover vind je terug in ons blogbericht rond klas- en schooldieren.

8. Maak de leerlingen actiecompetent in het thema dierenwelzijn

Ga de conversatie aan met je leerlingen en bespreek hoe ze zelf iets kunnen doen voor dierenwelzijn. Onderzoek samen op welke manieren zij een invloed kunnen hebben. Door bijvoorbeeld zelf goed voor hun dieren te zorgen, door een stukje tuin te laten verwilderen zodat insecten en andere dieren zich er kunnen nestelen, door ’s winters water en voedsel voor de vogels buiten te zetten, door te kiezen voor duurzaam geproduceerde voeding, door minder of geen dierlijke producten te eten, door een campagne te bedenken om dierenwelzijn in de verf te zetten, enzovoort.

Leerlingen actiecompetent maken, dat doe je niet door op te leggen wat ze moeten doen en hoe ze dat moeten uitvoeren. Je doet dat door hen te begeleiden in hun zoektocht, je geeft hen de nodige tools en inspireert hen, maar laat de actie wel van hen zelf komen.

DWZ wintervoer vogels

Zelf aan de slag rond dierenwelzijn

Wil je graag van dierenwelzijn het hoofdthema maken, maar weet je niet goed hoe? In het webinar ‘Een bredere kijk op dierenwelzijn in de klas’ van Oog in oog helpen we je op weg met een heleboel boeiende werkvormen, nuttige aandachtspunten en handige tips om samen met je leerlingen in het thema dierenwelzijn te duiken.

afbeeldingen © Shutterstock