Door de ogen van een dier: theater als middel

12 december 2025

Hoe gebruik je technieken uit het theater om het perspectief van een dier in te nemen? Hoe maak je met expressieve werkvormen in je lessen rond dierenwelzijn meer ruimte voor gevoelens en gedachten op een laagdrempelige en niet-talige manier? Deze blog zit boordevol tips!

door Sofie Tirez

Masker varken trans links

Theater in je les

Theater helpt ons de wereld te begrijpen. Het leert ons doen, voelen, inleven en verbeelden. Het moedigt ons aan in de huid van iemand of iets anders te kruipen, een dier bijvoorbeeld. In theater kan namelijk alles! Kinderen en jongeren ontdekken zo hoe het voelt om door andere ogen te kijken. Ze leren dat je in elke situatie verschillende perspectieven kan aannemen. Met theater oefen je op die perspectiefwisseling via je lichaam, je stem en je verbeelding. Maar ook samenwerking kan in theater niet ontbreken.

In deze blog geven we wat achtergrond over hoe je theater kan gebruiken in de les. We geven een voorbeeld van een theateropdracht voor kinderen en jongeren van verschillende leeftijden, telkens passend bij een les van Oog in oog. De opdrachten zijn echter eenvoudig aan te passen naar andere lessen. Je hebt bovendien geen podium of spotlight nodig. Een open klasruimte en wat tijd om samen te onderzoeken, spelen en reflecteren volstaan. Fun verzekerd!

Vier basiselementen

Theater is een sterk middel bij het onderzoeken van een maatschappelijk thema in de klas. Je kan dat op veel verschillende manieren doen. De vier basiselementen van artistieke expressie zijn echter interessant om in je achterhoofd te houden: lichaam, stem, verbeelding en samenwerking.

Lichaam

Allereerst gaat theater over het gebruik van je lichaam. In een theateropdracht gebruiken de leerlingen hun lichaam om iets te begrijpen of te delen. Je moedigt ze aan even uit hun eigen lichaam te stappen en dat van een ander aan te nemen. Je maakt ze bewust dat ze delen van hun lichaam apart kunnen gebruiken, maar dat al die delen samen een geheel vormen. Het gebruiken van het lichaam helpt leerlingen bij het inleven in iemand of iets. Dat kan helpen wanneer je dieper wil ingaan op gevoelens en gedachten.

Blog theater shutterstock 121932226

Stem

Een tweede basiselement is de stem. Dat kan gaan over spreken, maar evengoed over geluid maken en testen wat je allemaal kan met die stem. Door de stem op verschillende manieren te gebruiken, ontdekken leerlingen dat ze zo diepgang kunnen geven. De stem biedt zo een extra laag bij het uiten van gevoelens en gedachten.

Door je lichaam en je stem te gebruiken kan je problemen, uitdagingen en gevoelens helpen aankaarten.

Activiteit op maar van jonge kinderen: spelen en verbeelden

Uit les 10: Vrolijke varkens (kleuteronderwijs)

Bij jonge kinderen is het empathisch vermogen nog volop in ontwikkeling. Theater helpt hen om hun focus op hun eigen ‘ikje’ te verruimen. In de lessen van Oog in oog voor het kleuter- en eerste graad lager onderwijs zitten veel oefeningen om je fysiek in te leven.

In les 10 leerden de kinderen alles over varkens via de knorquiz en modderlotto.

Thuis masker IMG 0128

Je kan deze theateropdracht gebruiken als naverwerking daarvan.

De kinderen bewegen als varkentjes door de ruimte. Door middel van vragen leven ze zich volledig in.

Jullie zijn allemaal varkentjes. Doe maar helemaal alsof je een varkentje bent. Ik ga allemaal vragen stellen over jullie. Je mag met je lichaam het juiste antwoord tonen.

  • Hoe beweeg je als varkentje?
  • Wandel je snel of traag?
  • Op hoeveel poten loop je?
  • Ben je aan het spelen? Of net aan het rusten?
  • Welk geluid maak je?
  • Als je moe bent, hoe slaap je dan? En waar ga je slapen?
  • Hoe eet je? En maak je dan een ander geluid?

Laat de kinderen nu in interactie gaan met elkaar.

Je bent natuurlijk niet alleen hier. Er zijn allemaal varkentjes om je heen.

  • Wat doe je als je een ander varkentje tegenkomt?
  • Ga je naar elkaar toe of loop je net weg?
  • Hoe kan je lief zijn tegen de andere varkentjes? Wat doe je dan?
  • Hoe snuffelen jullie bij elkaar?
  • Hoe voel je je wanneer je elkaar tegenkomt? Ben je bang, boos, blijf? Kan je dat tonen?

Duid enkele kinderen aan die zich gaan inleven als mens. De varkentjes en mensen kunnen nu met elkaar in interactie gaan.

Drie van ons zijn mensen, de anderen nog steeds varkentjes.

  • Wat doe je als je een mens/varkentje tegenkomt?
  • Wat willen jullie van elkaar? Een knuffel? Eten? Een aaitje?
  • Zijn jullie lief tegen elkaar?
  • Hoe voel je je wanneer je elkaar tegenkomt? Ben je bang, boos, blij?

Tip: Je kan deze oefening ook doen als naverwerking van het gehele thema dieren. Laat dan elk kind aan de start een dier kiezen. Stimuleer hen dan om terug te vallen op wat ze geleerd hebben over het gedrag en de behoeften van de dieren.

Tip: Ook voor leerlingen in de eerste graad van het lager onderwijs is dit een fijne oefening, bijvoorbeeld aanvullend op het kattenparcours uit les 4.


Verbeelding

Verbeelding is het derde element van artistieke expressie. Door het gebruik van theater moedig je leerlingen aan los te komen van routines en logische denkpatronen. Je wakkert hun creatief vermogen aan door hen verschillende mogelijkheden aan te reiken om de wereld te verkennen en te begrijpen. Verbeelding zorgt daarbij voor een betere verwerking van en werken aan de eigen wereld en die van anderen. Met andere woorden, het speelt een belangrijke rol in het ontwikkelproces van kinderen en jongeren.

Bovendien kan theater een alternatief vormen voor leerlingen die zich talig moeilijk kunnen uitdrukken. Het gebruik van lichaam, stem en verbeelding geeft hen een taal om toch gevoelens, gedachten en ervaringen die ze niet kunnen of durven verwoorden, te uiten. Het gesprek zal nadien ook vlotter verlopen, omdat ze het onderwerp via theater hebben onderzocht.

Blog theater shutterstock 1970768009

Samenwerking

Het laatste basiselement is samenwerking. Door theater in te zetten als middel, leren leerlingen samen te werken op een laagdrempelige manier. Ze hoeven hierbij niet te overleggen of discussiëren. Iedereen neemt deel op gelijke voet, zonder trekkers of volgers. De leerlingen leren dat je elkaar nodig hebt om een beeld of verhaal te vormen.

Kortom, door aandacht te besteden aan de vier basiselementen wanneer je theater als middel inzet, voorzie je een laagdrempelige manier om met je leerlingen te werken rond een bepaald thema.

Activiteit op maat van lagere schoolkinderen: inleven en samenwerken

Uit les 4: Een dier in huis (2e en 3e graad lager onderwijs)

Kinderen in de lagere school kunnen al bewuster nadenken over standpunten en relaties. Hoe verhoud ik me ten opzichte van iemand anders? Via theater leren ze een diepgaander inlevingsvermogen. Hoe zou iemand anders zich voelen als ik dit deed?

In les 4 onderzoeken de leerlingen of ze een gezelschapsdier zouden willen. Ze doen daarbij ook een inlevingsoefening vanuit verschillende personages.

Blog theater shutterstock 2399227731

Deze theateropdracht volgt op de inlevingsoefening. De leerlingen gaan nu niet enkel spreken vanuit een personage, ze leven zich helemaal in en worden het personage.

De leerlingen kiezen één van de personages uit de voorgaande oefening. Zorg dat elk personage minstens één keer voorkomt. De leerlingen wandelen door de ruimte en leven zich volledig in. Ondersteun hen door het stellen van vragen.

  • Hoe loop of beweeg je?
  • Loop je erg rechtop of sluip je eerder?
  • Loop je traag of snel?
  • Ben je vandaag blij, verdrietig, boos?
  • Wat ben je aan het doen? Hoe doe je dat precies?
  • Doe je iets alleen of is er iets of iemand anders bij?
  • Welk geluid maak je? Ben je aan het spreken of misschien lachen?

Geef de leerlingen nu een situatie. Dat kan één zijn uit de voorgaande oefening of een nieuwe situatie, bijvoorbeeld: het begint te stormen, je hoort sirenes, de kat is vermist, de buur klaagt over het lawaai van de koeien … Laat de leerlingen reageren op de situatie.

  • Hoe ga je je bewegen in deze situatie?
  • Hoe voel je je erbij?
  • Wat ga je doen?
  • Ga je helemaal niets doen? Ga je meteen iets doen?
  • Ben je rustig? Of in paniek?

Onderzoek op drie niveaus

Met theater laat je de leerlingen verschillende niveaus van een thema onderzoeken. Daarbij starten theateropdrachten vaak individueel. De leerlingen leven zich in iemand of iets in. Door hen vragen te stellen over hun nieuwe ik, onderzoeken ze dit individuele niveau. Hoe beweeg je? Hoe houd je je handen? Hoe snel wandel je? Hoe ruik of eet je? Wat voel je? Wat doe je als het regent?

En stapje verder is het familiale of relationele niveau. Je stel de leerlingen vragen naar de relaties met de personages rondom hen. Hoe reageren anderen op jou? Hoe reageer jij op anderen? Wat doe je als je een ander dier tegenkomt? Is dat verschillend voor verschillende soorten?

Als laatste daag je de leerlingen uit zich in te leven in het maatschappelijke niveau. Je trekt daarbij de gevoelens en gedachten verder open naar de rest van de wereld. Zijn er veel van jou soort? Hoe voel je je daarbij? Word je opgejaagd door anderen soorten, door de mens? Ben je belangrijk voor de natuur?

Via persoonlijke beleving groeien kinderen en jongeren zo verder naar begrip rond de context en de wereld. Doordat je het eindpunt niet vooraf vertelt, blijft de oefening laagdrempelig: leerlingen voelen zich vrij om te ontdekken.

Blog theater shutterstock 2524189641

Activiteit op maat van jongeren: perspectieven verkennen

Uit les 4: Elk gezelschapsdier is anders (2e graad secundair onderwijs)

Uit les 4: Het perspectief van een gezelschapsdier (3e graad secundair onderwijs)

Voor jongeren kan je via theater duiken in complexere thema’s zoals ethiek rond gezelschapsdieren, dierenwelzijn, de behoeften van dieren …

In les 4 onderzoeken de leerlingen de behoeften van gezelschapsdieren en de link met de vijf vrijheden. De leerlingen presenteren hun opzoekwerk vanuit de ik-vorm alsof ze zelf het dier zijn.

Na de presentaties kan de volgende theateropdracht rond het thema gezelschapsdieren als verwerking dienen. De kennis die de leerlingen opdeden, kan meegenomen worden in de oefening.

Verdeel de leerlingen in groepen van ongeveer vijf personen. Laat elke groep een probleemsituatie bedenken. Ga na of alle groepen met een situatie komen die concreet genoeg is, bijvoorbeeld: Tijdens het vuurwerk op nieuwjaar is er veel lawaai.

Geef aan dat de leerlingen nu een tableau vivant of levend beeld zullen maken.

Jullie vormen nu met je groep een tableau vivant van je gekozen probleemsituatie. Een tableau vivant is een levend beeld of een levend schilderij. Dat betekent dat jullie de situatie uitbeelden als momentopname, zoals een schilderij, zonder te bewegen of spreken.

Geef de leerlingen vijf minuten om hun tableau vivant vorm te geven. Laat nu elke groep hun tableau vivant uitbeelden. De andere groepen raden wat de situatie is.

Laat de leerlingen nu nadenken over wat een mogelijke oorzaak van hun situatie is.

Bespreek in groep wat er vooraf ging aan jullie situatie. Komen jullie tot meerdere oorzaken? Kies er dan één. Vorm opnieuw een tableau vivant.

De leerlingen bedenken nu ook een gevolg van de situatie.

Wat zou er na de probleemsituatie gebeuren? Wat zijn mogelijke gevolgen? Bespreek ze in jullie groep. Kies er één en vorm opnieuw een tableau vivant.

De leerlingen beelden nu drie tableaux vivants uit voor hun klasgenoten. Ze starten met het probleembeeld, vervolgens tonen ze het oorzaakbeeld en als laatste het gevolgbeeld. Het is aan hun klasgenoten om te achterhalen wat hun verhaal precies inhoudt.

Tip: Hebben de leerlingen moeite met het bedenken van een concrete probleemsituatie? Verzin zelf op voorhand enkele situaties die je de leerlingen kan geven.

Beelden: © Shutterstock